Lianen belangrijk voor het oerwoud
In de komende nieuwsbrieven zult u artikelen vinden van mensen die op één of andere manier een relatie hebben met het regenwoud. In deze nieuwsbrief is Arend de Wilde aan het woord. Arend is ecoloog en heeft 17 jaar in Colombia gewoond en gewerkt als botanicus/ecoloog.
Lianen zijn planten
Houtige klimmende planten of lianen zijn een belangrijke groep planten in bossen. Ze komen vooral voor in de tropen in zowel regenwouden als drogere bossen. Deze planten klimmen tot in het kronendak en profiteren daarbij van de steun van de bomen. Zo zijn ze in staat om voldoende licht te vinden zonder dat ze zelf zware stammen of takken moeten maken. Ze kunnen daarom veel sneller groeien dan bomen.
Lianen klimmen omhoog
Afhankelijk van de soort, klimmen lianen omhoog met behulp van hun ranken, stengels, bladeren of stekels en doornen; sommige soorten klimmen zelfs met hun wortels. Sommige soorten lianen kunnen vrij dik worden, tot wel 25 centimeters, de meeste zijn echter dun en lang. Zo kunnen de rotanpalmen in Zuid-Oost-Azië veel meer dan 200 meter lang worden. Door hun manier van groeien kunnen lianen makkelijk van de ene boomkroon naar de andere doorgroeien. Hierdoor kan een heel netwerk ontstaan tussen meerdere bomen. Deze zijn van bijzonder groot belang voor de verplaatsing van dieren in het kronendak. Via lianen kunnen niet alleen grotere dieren als apen, luiaards en boomstekelvarkens zich verplaatsen, maar ook kikkers, reptielen en insecten.
Lianen bloeien ook
Omdat lianen minder hoeven te investeren in groeien dan bomen, bloeien ze vaak uitbundiger. Denk maar aan onze eigen kamperfoelie. Veel lianen en klimplanten zijn dan ook gewilde sierplanten. Veel bloemen betekent vaak ook veel nectar en daarna veel vruchten en zaden. Lianen zorgen daarmee voor een belangrijke bron voor voedsel voor dieren.
Lianen zijn kwetsbaar en bevatten drinkwater
Lianen zijn zeer kwetsbaar voor ingrepen in het bos. Als jagers, goudzoekers of zelfs toeristen alleen maar door een bos lopen, zijn het vaak de lianen die door hun kapmessen beschadigd worden. Soms omdat ze in de weg zitten, maar ook omdat veel lianen prima drinkwater leveren. Vanuit de wortels wordt het water naar boven gepompt. Het water komt uit de grond en is door de wortels gefilterd en daarom schoon. Veel lianen zijn makkelijk door te kappen, en het schone water uit de stam stroomt weer naar beneden waar je het meteen op kan drinken. Als elk groepje bezoekers één liaan doorkapt, gaat het dus heel snel verkeerd met de lianen in een bos.
Lianen zijn fexibel en bruikbaar voor vele toepassingen
Lianen zijn daarnaast vaak flexibel en sterk en daardoor zeer geschikt om gebruikt te worden als touw of als kabel. In de afgelopen eeuwen zijn veel oude lianen gebruikt om hangbruggen van te maken, vlotten bij elkaar te houden of dakspanten vast te binden. Het gebruik van rotan voor meubels en allerlei andere toepassingen heeft ervoor gezorgd dat deze ooit zeer algemene klimpalm op veel plaatsen verdwenen is. Dus zelfs zonder dat het bos zelf gekapt wordt, hebben de lianen vaak al veel te leiden van menselijk gebruik van het bos.
Houtkap tast de lianen ook ernstig aan
Houtkappers zijn vaak alleen maar geïnteresseerd in enkele soorten bomen voor hun hout, maar zelfs dit selectief kappen zorgt al voor grote schade aan de lianen. Door de aanwezigheid van lianen is het vellen van bomen extra vernietigend. Verschillende bomen zijn door lianen met elkaar verbonden, waardoor bij de val van één boom andere worden meegesleurd en zo een heel gat in het bos kan ontstaan.
De conditie van de lianen is maatgevend voor het bos
De mate van aantasting van een bos kan, als gevolg van bovenstaande effecten, vaak goed afgeleidt worden uit de conditie van de lianen in het bos. Een bos met veel lianen is daarom vrijwel altijd nog in vrijwel natuurlijke staat, en dus ook minder direct zichtbare natuurwaarden als kleinere dieren, plantendiversiteit, etc. zijn waarschijnlijk in goede staat. Bossen met veel en oude lianen zouden daarom hoog op de lijst moeten staan van te beschermen gebieden. Vanuit dit soort kerngebieden met nog vrijwel ongestoorde natuurwaarden kunnen dan ook omringende, en vaak wel aangetaste gebieden, weer herbevolkt en hersteld worden. Mede in verband hiermee is het gewenst in deze vrijwel ongestoorde bossen ook de recreatiedruk of onderzoeksdruk zo laag mogelijk te houden.
Arend de Wilde (15-10-2007)
|